Vluchtheuvelgemeente te Zetten 

    

Welkom 

Historie

Informatie

Kerkdiensten

Kerkblad

Pastoraat

Huiskamerviering

Senioren

Mijn Vluchtheuvel

Huisbezoek

Meespeelviering

Heuvellezingen

Cantorij

Vorming & toerusting

Kerkenraad

ANBI

Links

 

 

 

 

 

 

 

MIJN VLUCHTHEUVEL

 

Rubriek uit het kerkblad: MIJN HAAR ZIJN HUN VLUCHTHEUVEL IS......

Frits Sipman

Ruud Schotman

Mieke van den Brandhof

Jan en Leni Knotter

Rommert van den Bos

Tineke Maats

Drini en Arie Griffioen

Lida van de Voorde

Anna Marie Bakker

Betsie Uilenreef

Hans Hille Ris Lambers

Wanda en Chris Maan

Sara en Dolf Thedinga

Louis Tiemensma

Anja en Wim van Rookhuijzen

Hermien Schuiten

Ludo de Beaufort

Tineke Beukema

Willemien Seinhorst

Akke Bearda

 

Maart 2017

Mijn Vluchtheuvel….. Frits Sipman

In de kerkdienst van zondag 29 januari heb ik bij de mededelingen het initiatief genomen om in dit jaar 2017 nog op zoek te gaan naar manieren en middelen om de kerk-uitzetting op 1 januari 2018 te kunnen voorkomen. Dit kan en wil ik niet alleen doen, dus deed ik de oproep aan andere heuvelaars om met mij mee te doen; dit resulteerde in een hartverwarmende steunreactie van veel mensen, waarvan een aantal actieve medestanders. Deze groep vormt nu de actiegroep 'Heldrings Kerk'; ik ben zo vrij om ons even zo te noemen.

Persoonlijke noot

Sinds mijn prille jeugd ken ik de Heldringstichting, ben er mee opgegroeid en mee vergroeid geraakt, allereerst door contacten die ik er opdeed in mijn puberteit, later als broodbezorger vanuit de bakkerij van mijn ouders en de afgelopen 35 jaar als groepsleider/ muziektherapeut. De Vluchtheuvelkerk stond voor mij centraal in die periode, vooral door de muziek die het contactmiddel was en is naar de jongeren.

Als puber mocht ik met mijn vrienden soms heel even op bezoek komen op de studenten- internaten om gitaar spelend en popliedjes zingend de meiden te vermaken. Dan volgde strikt om 20.30 uur nog een korte bijbellezing en een psalm en dan moesten wij daarna vertrekken, want de meiden hadden rust, reinheid en regelmaat nodig. Als groepsleider/muziektherapeut heb ik tal van kinderen jarenlang met kerst mogen laten schitteren in de Vluchtheuvel bij de kerstvieringen van school en OGH. Ik heb nog een prachtige opname van meisje Antoinette die loepzuiver 'Don't cry for me Argentina' zong, Kippevel... Popmuziekteksten passen prima bij kerst.

Ik heb met Hanno Niemeyer de blues gezongen in de kerk en iedereen kent de momenten dat getalenteerde jongeren hun stem lieten horen bij onze Paas en/of kerstvieringen. Het kan dus niet zo zijn dat de kerk straks als een verlicht, betekenisloos, leeg icoon van Heldring op die heuvel staat; dat is nooit zijn bedoeling geweest met die kerk.

De Vluchtheuvel is van de mensen, gebouwd uit giften van mensen. Laten we dus proberen dat prachtige gebouw te behouden voor de mensen.

Frits Sipman

   

April 2017

Mijn Vluchtheuvel….. Ruud Schotman

Toen ik in 2013, na het overlijden van een van mijn broers, bij ‘’toeval’’ de Vluchtheuvel weer eens bezocht had ik heimwee naar “de gemeenschap der heiligen”. Door mij zo te uiten was ik prompt weer deelgenoot van de Vluchtheuvel.

… Ik had nog een beeld van de vluchtheuvel als een plaats waar ruimte was voor het uitwisselen van opvattingen, een plaats om gezamenlijk erediensten te vieren, spiritualiteit te beleven, oecumene te ervaren. Een plaats waar gezocht werd naar nieuwe vormen,  naar wat de gemeenteleden bindt en wat scheidt werd met de mantel der liefde bedekt. Dat was in het begin van de 70-er jaren toen er naarstig gezocht werd naar nieuwe idealen, waarden en zingeving in een sterk veranderende maatschappij. Met een jong startersgezin waren we in Randwijk komen wonen, omdat ik zo nodig een oude steenfabriek in Heteren moest renoveren. Ook wij waren zoekende en vonden andere zoekers in de Vluchtheuvel. Van huis uit vrij protestants, jong, ambitieus en idealistisch was hier een plaats voor inspiratie, om tot nieuwe actie te komen. Om je dienstbaar te maken voor de maatschappij nabij en veraf. Gelijkheid van man/vrouw van arm/rijk. Ontwikkelingswerk was populair. Nieuwe idealen. De Vluchtheuvelgemeente bestond uit veel jongvolwassenen, kinderen van de wederopbouw. Alles leek mogelijk, grenzeloos, vastgeroeste vormen van kerkdienst werden verlaten. Liederen van Huub Oosterhuis en uit Taizť. Niks moeilijk doen, geen dwang van oude kerkvormen of tradities, creativiteit; komt allen aan het avondmaal, jong, oud lid of niet.

Mijn toenmalige echtgenote kon op een aangepaste manier openbaar belijdenis doen van haar geloof en onze dochter werd vrolijk gedoopt. De Vluchtheuvel was onderscheidend van al die traditionele regionale kerken. Uit die kerken kwamen de vluchtelingen naar de Heuvel   

Prachtig, en dan komt huisje, boompje, beestje, kindjes, carriŤre, materiŽle welvaart, vakanties, echtscheiding en vertrek naar het buitenland. Na ruim 40 jaar kwam ik dus eens terug in de Vluchtheuvel. Er zaten weinig jongvolwassen, veel ouderen. Ik herkende nog  een aantal mensen die trouw waren gebleven aan de Heuvel. De kerk niet hadden verlaten en in mijn herinnering nog op dezelfde plaatsen zaten. Er leek nog veel ruimte voor die oude ruimhartigheid, voor open en ongedwongen samenkomsten. Niet te confessioneel met belangstelling voor vernieuwing. Veel activiteiten ook binnen de kerk: meespeelvieringen, lezingen, senioren groepen, studie groepjes, huiskamer gemeente vieringen. Hoogtijdagen samen met andere kerken. Vorming en toerusting in regioverband.

Er leek ook nog een grote tolerantie voor afwijkende opvattingen, andere geloofsovertuigingen, andere vormen van de beleving van geloof en spiritualiteit. Kortom ik bezocht met enige regelmaat, als alleenstaande vader van vier kinderen en opa van 6 kleinkinderen, de Vluchtheuvel. En zoals dat dan gaat nam ik deel aan commissie activiteiten zoals ‘vorming en toerusting’ en ‘toekomstverkenning’ en voordat ik het in de gaten had was ik kerkenraadslid. Ook ik ben intussen een oude knar (72) geworden. Jong genoeg om nog vrij te kunnen reflecteren over de zin van het leven en de Vluchtheuvel en zo.

Onze Heuvel is heel behoorlijk georganiseerd, geÔnstitutionaliseerd, zo zijn we, zo doen we, zo moet het blijven, zo is het Heuvels. Veranderingen, vernieuwingen liever niet, dank je wel. Er zijn toch jongeren diensten/meespeelvieringen, lezingen, erediensten met verschillende signatuur, avondmaaldiensten met verschillende accenten. Het is mooi zo!

Toch hoor ik stemmetjes in mij die ik in deze vrije rubriek met u wil delen: De Vluchtheuvel was een vernieuwende kerk in de 70-er jaren. Wat andere kerken een gruwel was en verboden dat gebeurde hier. Maar, veel omringende kerken zijn ook in beweging gekomen en zijn de vrije vormen, zoals des Heuvels, ook gaan gebruiken. Relatief zijn de verschillen kleiner geworden (in de activiteiten van V&T wordt dat ook zichtbaar). Het bijzondere van de Vluchtheuvel is niet zo bijzonder meer. De eens ontwikkelde vormen lijken gefixeerd en tot Heuvelnorm gemaakt. Zoals in alle kerken kennen we vergrijzing. Daar passen of horen ook vertrouwde en vaste kerkvormen bij en die hebben we.  We hebben ook een teruglopend kerkbezoek. En daar nu gaat het volgens mijn stemmetjes in de toekomst wringen.

Anders dan in de 70-er jaren gaat het niet meer om aanpassingen van de ‘oude en vertrouwde’ kerk, maar om geheel nieuwe vormen voor de toekomst te zoeken. Aantrekkelijk te worden voor jongeren, jongvolwassenen, midlife mensen, ouderen van alle gezindten en buitenkerkelijken is gewenst. Met een actieve kerngroep daaraan werken is een voorwaarde.

Er moet een gerucht door de regio gaan: in de Vluchtheuvel daar gebeurt het, iets bijzonders, daar moet je zijn voor inspiratie. Daar kun je spiritualiteit en mystiek beleven. Daar wordt je geconfronteerd met zingeving van het leven, daar steek je wat van op daar heb je wat aan. Dat is leuk om aan mee te doen daar wordt je uitgedaagd om je te ontwikkelen, om je samen in te zetten voor anderen. In een mooie Heldring traditie!

De Vluchtheuvelkerk is niet het gebouw of de financiŽn. Het zijn wij, de mensen ’de gemeenschap der heiligen’. Het is mijn wens om daar samen met u aan te werken.

Tot slot citeer ik uit visie nota van de PKN in “Pionieren”: “Experimenten met nieuwe vormen van kerk zijn gewenst. Creativiteit, met goede smaak  en kwaliteit, moet een kans krijgen. Het roer tijdig omgooien sluit meer aan bij het leven volgens de Geest dan star doorkoersen... De Geest is ons steeds weer te hulp gekomen en we zien geloof opbloeien en kerk ontstaan op de meest onverwachte momenten en plaatsen”.

Ruud Schotman

Mei 2017

‘MIJN’  VLUCHTHEUVEL IS…..’ Mieke van den Brandhof

Januari 1980.
Met mijn man Jan en onze oudste zoon die toen een half jaar was, betrekken we het van Bemmelhuis in Hemmen. En niet alleen wij, maar mťt ons vijf jonge mensen, allemaal met hetzelfde ideaal: een beschermde woonomgeving bieden aan mensen met psychosociale problemen en aan mensen die er even ‘uit’ moeten. De term ‘burn-out’ bestaat nog niet, maar is in deze laatste soort gevallen wel van toepassing. … We huren het huis en kunnen onszelf financieel bedruipen omdat de meesten van ons een (parttime) baan buitenshuis hebben. In de loop van de jaren zullen ongeveer 150 mensen hier onderdak vinden, een schuilplaats.

Waarom dit verhaal?
Pas als we in het van Bemmelhuis wonen, ontdekken we dat dit de pastorie is waar Ottho Gerhard Heldring 40 jaar lang woonde als predikant. Hij had rondgelopen in de kamers waar we nu wonen en zijn boeken stonden misschien wel bij de turfkachel in de bibliotheekkamer waar wij nu onze huisvergaderingen houden. In 1867, precies 150 jaar geleden dus, stopte hij als predikant in Hemmen. Deze man zou een inspiratiebron voor ons worden bij het opvangwerk dat we 20 jaar lang mochten doen. Het verlangen om ons geloof handen en voeten te geven, delen we. Op kleine schaal weliswaar, maar ons huis, onze tuin en onze volkstuin zijn een helende plek waar mensen ontdekken dat ze er mogen zijn en dat hun leven ondanks slechte omstandigheden in het verleden zich kan blijven ontplooien. Groeikracht wordt zichtbaar, we zoeken ritme, rust en bezieling, we delen maaltijden, zorgen, geloof en twijfel, we kweken eigen groenten en maken zelf yoghurt en boter, we genieten van de helende kracht van de ons omringende prachtige natuur. Deze Ottho Gerhardt Heldring had kort na zijn vertrek uit Hemmen de Vluchtheuvelkerk laten bouwen op de heuvel die diende als toevluchtsoord bij overstromingen. Hij had verschillende stichtingen in het leven geroepen, altijd opnieuw weer om het leven van medemensen die het minder getroffen hadden tot hun recht te laten komen. Rechtdoen is iets anders dan liefdadigheid, ook wij voelen dat zo… 
In de jaren ‘80 zie ik de Vluchtheuvelkerk voor het eerst van binnen. We gaan met onze kinderen die op de Lammerts van Buerenschool zitten kerstfeest vieren in de kerk. ’s Middags wordt er  geoefend en ‘s avonds is het kerstfeest met een grote kerstboom, door de kinderen gemaakte versieringen en tientallen flakkerende kaarsen op de balustrade. Alleen de wandeling naar de kerk is al onvergetelijk: de Bakkerstraat door en dan de heuvel op met een lampion in de hand, het ene jaar door de sneeuw, een ander jaar door de regen. Herinneringen die ik koester.

Stille Zaterdag 2017. Ik zit in de kerk en tijdens de stiltes die er zijn gaat er veel door me heen. Ik voel: wat is deze plek me dierbaar geworden. Wat een geschiedenis is hier geschreven. 14 jaar geleden beleef ik hier voor de eerste keer de paascyclus. In datzelfde jaar ga ik meezingen met de cantorij en dat zorgt ervoor dat ik in ieder geval elke laatste zondag van de maand de avondmaal dienst meemaak. De cantorij zingt tijdens de christelijke feestdagen en tijdens trouw- en rouwdiensten. We zingen ook tijdens de huwelijksvoltrekking en -inzegening van onze oudste zoon en zijn vrouw, niet in de Vluchtheuvelkerk, maar in de kasteeltuin in Hemmen. Martin de Jong leidt de dienst op een voor ons onvergetelijke manier.
De Vluchtheuvel ‘dient’ in een periode waarin ik me in de kerk van Hemmen ontheemd voel- alweer lang geleden- echt als een vluchtheuvel, hier kan ik schuilen. Samen zingend geloven helpt me door donkere tijden heen. 
 

Na de dienst wordt me gevraagd of ik iets wil schrijven over hoe ik het beleef Heuvelaar te zijn. Ik zeg dat ik eigenlijk te gast ben, ik woon tegenover de kerk van Hemmen, hoor ook bij die goede plek.
Als buitenmens heb ik ruimte nodig, ik hou niet van (kerk)muren en in die zin past het mij op verschillende plekken ‘thuis’ te zijn. Ik hou van de mensen van de heuvel, van de ruimte die er is om mezelf te zijn mťt de vele vraagtekens die ik heb. Opgegroeid in een omgeving waar vooral uitroeptekens en vaste vormen mij vertelden wat ik moest geloven, ervaar ik die vrijheid en ruimte voor experiment als buitengewoon kostbaar.

En…o ja…. Ik maak al jaren deel uit van de leesgroep die ontstaan is vanuit de Heuvel, 11 jaar geleden als ik het goed heb. Boeken over o.a. spiritualiteit, zingeving, filosofie en psychologie zijn door onze hoofden, handen en harten gegaan. In een ruimte waar we onszelf kunnen zijn, met onze vele vragen. Ook deze tweewekelijkse ontmoetingen zijn me dierbaar.
En dan een paar keer per jaar een dienst voorbereiden voor de mensen in de Hoge Hof en daar namens de Vluchtheuvelgemeente het Woord krijgen en doorgeven, samen zingen en bidden met oude, kwetsbare mensen..  

Mieke van den Brandhof

juni 2017

Onze VLUCHTHEUVEL IS…..’  Jan en Leni Knotter

Leni en ik zijn min of meer toevallig in Zetten komen wonen. Toen ik als ambtenaar niet meer op mijn standplaats hoefde te wonen zijn we gaan rond kijken naar een plaats waar we wel zouden willen wonen: Malden, Berg en Dal, Wychen en zo. Het is Zetten geworden – er was een goedbekend staande middelbare school voor onze jongste zoon en we hadden ook gelezen en geleerd over Heldring en de Vluchtheuvelkerk. Toen ik, voor de oorlog, op de Mulo in Den Haag zat leerden we over het Reveil, met Da Costa  en O.G. Heldring, O.G.H., onze God helpt. (het was een christelijke mulo). Ook in Nijmegen vertelde men ons, dat de Vluchtheuvel kerk wel bij ons zou passen. Dat bleek al gauw – toen we nog maar kort in Zetten woonden kwam er iemand informeren of ik wat in de kerk wilde doen – je komt er maar bij zitten en kijk maar of het je bevalt. Geen formaliteiten of zo. Ik weet nog, dat ik een keer “dienst “had en aan de predikant vroeg of we voor de dienst niet eerst het consistoriegebed zouden moeten doen, zoals ik in Nijmegen had meegemaakt. Nee, hoor, dat soort dingen doen we hier niet – ik vond het wel goed, ik vond zo’n gebed erg moeilijk. Dat informele van de gemeente beviel ons goed. Wat Leni en ik ook heel erg waarderen is het durven streven naar vernieuwing – geen aparte kinderdienst, maar een dienst voor iedereen, kinderen en volwassenen- de hartverwarmende manier, waarop de dienst in een kring, hand in hand staand, wordt beŽindigd – de lezingen als volwaardige kerkdienst – maar in het bijzonder de manier, waarop het Heilig Avondmaal wordt gevierd. Iedereen mag mee doen (niks geen –soms pijnlijk- censurum morum)- een liturgie, waarbij  ook de gemeente wordt betrokken, de cantorij zingt prachtig, je geeft elkaar brood en wijn door,   slotgebed en lofprijzing. En na elke dienst – koffie drinken.  

2017-05-29 15.56.56.jpg (406690 bytes)

(Het is voor Leni en mij heel anders dan toen we jong waren – nadat we openbare belijdenis hadden gedaan, kregen we formeel toegang tot het Heilig Avondmaal: ik herinner me, dat we een dienst in de Grote kerk in Den Haag meemaakten- elke keer mocht een groep gelovigen naar de tafel, voor in de kerk –  de dominee hield een korte preek, er werd gezongen, en dan werd er weer gewisseld. Eindeloos, het duurde maar.  Toen mocht de bank, waar Leni en ik in zaten. Naar de tafel, er stond een schaal met een witte doek er over, daar deed je tersluiks je offer voor de armen in, weer zingen, ronddeling van brood en wijn , een preek, en we mochten weer naar onze plaats. Ga je mee weg, zei ik tegen mijn verloofde, dit duurt de hele dag.  Maar later, bij het koffiedrinken bij Leni thuis, kregen we een stevige uitbrander van haar veel oudere broer: hoe we het in ons hoofd haalden voor dat de dienst was afgelopen, weg te gaan. Hij had natuurlijk groot gelijk. Afgezien van dit incident vond ik het erg leuk om na de dienst bij haar familie te zijn. Het was een heel groot gezin – na het koffie drinken ging een van de broers aan het harmonium zitten en dan werd er gezongen – de dorre vlakte der woestijnen en zo. En dan gezamenlijke maaltijd – aan een heel lange tafel zaten we, als iedereen er was, met 17 mensen te eten, de ouders aan het hoofd- einde en dan in leeftijd afdalend – Leni en ik als jongsten helemaal onder aan. Het waren andere tijden – na de maaltijd gingen de ouders rusten, de meisjes op ruimen en afwassen en de jongens een sigaar of een pijp roken. Ik heb sindsdien heel wat afgeleerd, zoals roken, en bijgeleerd over rolmodellen.)

Na dit “historische “uitstapje ga ik weer verder met de Vluchtheuvelkerk.  Een paar jaar geleden werd  in een speciale dienst het 25 jarig bestaan van de cantorij gevierd. Just van Es preekte over als ik zing wordt het waar –(om het in mijn eigen woorden weer te geven) : zo ervaar ik dat ook- als ik het zing gaat de woestijn bloeien. Ik mag  er over dromen – ook als ik droom wordt het waar: dan geloof ik in de nieuwe hemel en in de  nieuwe aarde en ook dat het beste nog moet komen, zoals een lieve vriendin laatst tegen me zei. Dan geloof ik in een gemeenschap van gelovigen, van Kesteren tot Gendt, waar alle kerken in opgaan – een Heer, een Geloof, een Doop. Martin Luther King zei “I have a dream”, waarmee hij velen enthousiasmeerde. Dat is niet gelukt, vind ik. Ook mijn droom over een gemeente zal niet uitkomen. Dromen zijn bedrog, zei mijn moeder.

Heeft de gemeente rond de Vluchtheuvelkerk nog een toekomst? Daar zijn Leni en ik somber over. Er zijn de laatste jaren grote tekorten gebleken – er wordt meer uitgegeven dam er wordt ontvangen. En per 1 januari 2018 worden we ook uit de Vluchtheuvelkerk verdreven. Tot nu toe lijkt het niet mogelijk tot een groter verband te kunnen komen – welke andere  zelfstandige gemeente zou willen samen gaan met zo’n “eigenzinnige” kerk met grote jaarlijkse tekorten ? Het klinkt hard en het doet ons beiden verdriet – we houden van de gemeente, die veel voor ons betekent en betekend heeft.

Jan en Leni Knotter

Juli-augustus 2017

MIJN VLUCHTHEUVEL IS…..’  Rommert van den Bos

Het verhaal van Mieke van den Brandhof in een van de vorige nummers van het kerkblad roept bij mij veel warme en goede herinneringen op. Die laten zich samenvatten onder de woorden ‘ruimte en vrijheid’. Dat heb ik altijd als een groot goed ervaren. Het eerste voorbeeld daarvan was tijdens een van de eerste keren dat ik in de Vluchtheuvel kwam, dat moet begin jaren ’80 zijn geweest. Ik herinner me dat er een onderwerp werd besproken in groepjes, rond tafeltjes met daarop de gebruikelijke koffie. Ik weet het onderwerp niet meer maar ik heb verbaasd zitten luisteren naar twee oudere dames die het volstrekt met elkaar oneens waren en daar geheel geen moeite mee hadden; ze probeerden niet de ander te overtuigen. Het was dus geen twistgesprek, discussie, zoals mij wel bekend maar een echte dialoog, waarin beiden de ander volledig bleven waarderen.Er was dus geen ruimte voor enige vorm van fundamentalisme en ik heb daar dan ook jaren mogen groeien in een besef dat niet alles voorgoed is vastgespijkerd. Dat ik in dat opzicht ook anders mocht denken dan mijn grootvader, die nog uitging van de tittel en de jota waar je niet mee mocht sollen. Mijn zus zei weleens gekscherend dat volgens Opa de Bijbel waarschijnlijk in het Nederlands was gedicteerd. Overigens spreek ik geen kwaad woord over Opa, want ik had de beste die je je kunt wensen.  

wpe3.jpg (59909 bytes)

Na enige tijd zijn we lid geworden van de Vluchtheuvel, waar ik ook in de preken steeds meer gevoel kreeg voor eigen verantwoordelijkheid en ruimte. In die roerige jaren was de Vluchtheuvel ook een toevluchtsoord voor mensen die de vredesbeweging een warm hart toedroegen, waaronder wij. Ik herinner me een preek van Just van Es, waarin hij uitlegde dat de ‘Zondeval’ beter als een noodzakelijke stap in de ontwikkeling naar een mondiger mens kan worden gezien. Daarom werd, bijna als bij afspraak, niet over zonde gesproken, wel over verantwoordelijkheid. Ik begon me in de jaren 90 bezig te houden met emotioneel lichaamswerk, bio-energetica; in die opleiding viel het me op dat over veel onderwerpen precies zo werd gesproken als in de Vluchtheuvel, echter zonder dat dit een religieuze bedding had. Toen ik zo halverwege was met die opleiding nam ik deel aan wekelijkse meditatiebijeenkomsten in de kerk. Iemand vroeg me naar wat ik zoal deed in die opleiding en ‘of ik dat hier niet eens kon laten zien’. Ik was daar blij verrast door, want had altijd gedacht dat het hier om twee geheel gescheiden werelden ging. En daar in de kerk heb ik dus voor het eerst een serie oefeningen gedaan met een aantal deelnemers: alsof ik een werktuig was om een hoogst ongebruikelijke verbinding te maken. Later vroeg Martin de Jong me om een uitgebreider serie aan te bieden en dat gebeurde voor een grote groep Vluchtheuvelaars; ik zal dat nooit vergeten! Inmiddels was ik ook begonnen met zingen in de cantorij en ook daar vond ik het zo bijzonder dat we niet uitsluitend ‘kerkelijke’ liederen zongen maar ook met veel plezier wereldlijke, liefdes- en drinkliederen; die werden dan onder de koffie na de avondmaal dienst uitgevoerd.

De Vuchtheuvel is voor mij ook een plaats geweest van warmte. Het gebeurde eens, kort na mijn scheiding, dat een vrouwelijke gastpredikant vertelde dat ze een man in het ziekenhuis had bezocht; hij was altijd sterk, wilskrachtig en had nooit last van emoties maar door zijn omstandigheden golfden de emoties door zijn lijf. Ze gebruikte daarbij de term ‘emotioneel incontinent’. Dat raakte me diep en na de dienst stond ik plots wezenloos vůůr in de kerk en mijn tranen stroomden. Ik had een onmetelijke behoefte aan iemand die mij zou omarmen en vasthouden; ze kwam en ik ben Hannie de Ruiter daar nog steeds dankbaar voor. Dat lichaamswerk leerde me ook om naar buiten te brengen wat in me is; zo kreeg ik de kans om een aantal malen voor te gaan in diensten, zelfs in een dienst met avondmaal. Ik vertelde bij de eerste gelegenheid dat een van mijn Indiase studenten elke dag voor hij het ouderlijk huis verliet de zegen van zijn vader ontving voor die dag. Ik heb toen voorgesteld dat wij na de dienst, hand in hand in de kring, elkaar de zegen zouden geven (alle duimen wijzen naar links, weet je nog?). Die preek ging over de jonge Samuel, die leerde dat je goed stil moet zijn en luisteren om de stem van God te horen, ook dat je je dromen serieus moet nemen.

En nu? Ik woon in Rio de Janeiro met mijn vrouw Gloria, we trouwden daar twee jaar geleden en het gaat me goed. Ik zing mee in een koor dat zij dirigeert; we repeteren nu Notre PŤre van Maurice Duruflť en ik help de leden met de uitspraak van het Frans, want dat vinden ze moeilijk. De partituur kreeg ik van Jaap en Chris. Zo ontstaat weer een nieuwe verbinding! De slogan van de PTT was vroeger ‘Wie schrijft, die blijft’. Ik hoop dat ik door wat ik hier geschreven heb aangeef dat jullie nog steeds in mijn hart zijn, zoals ik in dat van jullie hoop te blijven.

Ik schrijf regelmatig blogs over mijn ervaringen en heb vorig jaar een boek gepubliceerd over mijn leven hier (Opa woont in zijn Ipad). Voor vragen, reacties sta ik altijd open, rommert100@gmail.com. Je krijgt zeker antwoord!

Rommert van de Bos

september 2017

Haar VLUCHTHEUVEL IS…..’  Tineke Maats

De Vluchtheuvelkerk is altijd een grote constante geweest in het leven van Tineke Maats. Een groot deel ervan beleefde zij samen met haar man Jaap. Enige jaren geleden overleed hij op  89 jarige leeftijd, maar nog steeds is Tineke een trouw kerkganger en is ze zeer betrokken bij het wel en wee van de leden, met name met dat van de ouderen. Hoe het allemaal zo gekomen is en wat de Vluchtheuvel voor haar betekent, vroeg ik haar.

Dat wilde ze liever niet zelf opschrijven, maar ze wilde er wel over vertellen. Nou, dan begin je ergens aan: Tinekes geheugen werkt nog op volle toeren en ze heeft prachtige verhalen vanaf  het einde van de jaren 40. De Cristine Hermineschool, De Stichtingen, de Tehuizen, alle Vluchtheuveldominees, het komt allemaal langs en het is allemaal boeiend om te horen.

Tineke groeide op in Rotterdam. Ze doorliep daar de H.B.S. en wilde daarna gaan studeren in Wageningen of de tuinbouwopleiding in Rijswijk. Toen ze hoorde van de Landbouwhuishoudschool in Zetten (op Christelijke grondslag) , De voormalige Christine Hermineschool, koos ze daarvoor. Maar het was 1940 en haar ouders hielden haar graag nog wat in de buurt. Daarom deed ze eerst de vooropleiding in Rotterdam. Daarna kwam pas de eigenlijke opleiding: lerares NXIX, daarvoor kwam ze naar Zetten.

Maar eerst doorliep ze nog 4 verschillende stages door het hele land, om het platteland beter te leren kennen. Tineke kwam in Zetten in het internaat, in “DE Til”, dat enige jaren geleden is afgebrand. Tijdens haar eindexamens in 1944, die zij aflegde o.a. in Posterholt, (vlak bij de Duitse grens) moest ze ’s nachts schuilen in het klooster daar, omdat Aken gebombardeerd werd. De laatste oorlogswinter bracht ze thuis door, werkte kort in Sliedrecht en in januari 1946 kwam Zetten weer in beeld. Er was gebrek aan alles en vooral aan leerkrachten voor de opleiding, dus Tineke kon zo beginnen. De leraressen scheelden niet veel in leeftijd met de leerlingen, mar dat leidde nooit tot moeilijkheden. Tot 1961 heeft zij er met veel plezier lesgegeven. Intussen was ze in 1958 getrouwd met Jaap, die in Leiden had gestudeerd en daarna solliciteerde  bij de gemeente Valburg. Hij ging  werken op het gemeentehuis in Herveld. Ze gingen wonen in de Bethelstraat.  

Waar komt die Vluchtheuvel nou in beeld? Tineke was al lang meelevend kerklid, het was een vanzelfsprekend keuze, vanuit het CHS en Stichtingenmilieu. Jaap was niet echt kerkelijk opgegroeid, maar had wel catechisatie gevolgd in Leiden en later belijdenis gedaan. Aanvanklijk kerkten ze in Hemmen, ds. Schaefer trouwde hen in de Vluchtheuvel. Ze besloten daar te blijven. De vrijheid die ze er beleefden, stond hen aan. Het was een veelkleurige kerk, een volle kerk ook, met kinderen van de Stichting (verplichte kerkgang), van de scholen, leerkrachten, groepsleiding. Er was ruimte voor iedereen, Zetten was met de Vluchtheuvelkerk eigenlijk een soort enclave in de Betuwe. De diversiteit die mogelijk is en was, vindt hier mede zijn oorsprong Aanvankelijk was er helemaal geen kerkeraad, Tineke was diaken en dat moest je heel breed opvatten.

Dochter Isabeth werd geboren, waarna ze in 1961 stopte met lesgeven. Maar er was nog genoeg te doen: ze werd voorzitster van de padvindsters, gaf bijles. Later was ze betrokken  bij de oprichting van De Loohof, die ontstond door samenwerking van de diaconieen  van meerdere kerken van de gemeente Valburg, De Heldringstichtingen, het Groene Kruis. Naast zijn werk op het gemeentehuis, was Jaap ook  ambtenaar van de Burgerlijke Stand, een leuke baan die hij met veel plezier deed. Ook hij was maatschappelijk actief , hij was medeoprichter van de  toenmalige “Ambachtsschool”in Andelst, (jaren 50). Ook was hij mede-oprichter van de Openbare Bibliotheek in Zetten en was enige jaren actief in de Padvinderij.  

Vanaf haar diakenschap was Tineke al lid van de Pastoraatsgroep en draait daarin nog steeds mee. Ze heeft altijd nieuwkomers in de gemeente bezocht en vooral in vacaturetijden voor een Predikant was dat heel belangrijk: “je moet contact houden met de mensen”. Met Kerst stuurt ze namens de Heuvel nog kaarten o.a. naar oud-medewerkers, oud-predikanten, oud-directeuren, of mensen die als kind met de Heuvel opgroeiden en elders wonen. Als er een groet terug komt, horen we dat bij de “mededelingen”. Verder is ze een trouwe deelneemster aan de Seniorenochtenden.

De toekomst van de Vluchtheuvelgemeente voelt voor Tineke heel onwerkelijk.Ik wens haar toe dat ze nog vele jaren tesamen met haar vertrouwde Heuvelaars de warmte  van die gemeenschap mag ervaren, met of zonder gebouw, met of zonder dominee.

Atie Huygen

 

Oktober 2017

HUN VLUCHTHEUVEL IS…..’  Drini en Arie Griffioen

 Drini werd geboren aan de Wageningse Straat net over het spoor tegenover de fruit veiling. Vader was fruithandelaar en exporteerde door heel West-Europa. Een foto van het ouderlijk huis hangt ingelijst bij de voordeur van hun huisje op de Loohof waar ze sinds kort wonen. Door de komst van de Betuwelijn moest het plaats maken. 

Ze behoorde kerkelijk tot Herveld (midden orthodox), maar af en toe preekte de dominee van de vluchtheuvel (ethisch) in Herveld. Wel herinnert ze zich de kinderkerk van de vluchtheuvel die elke 3 weken plaats vond in de gymzaal. Zij ging naar een goede basisschool de Lammerts van Buren school (LvB) in Zetten. Het hoofd van de school was meneer van der Putten, hij had 4 dochters die alle 4 lerares waren.  Ze weet zich nog goed te herinneren dat het kerstfeest gevierd werd in de Vluchtheuvel. Een andere bijzondere herinnering uit die tijd  was de bruiloft van haar lerares een dochter van het hoofd van de school die plaats vond in het Vluchtheuvel. Dat was een feest! Vanaf de LvB was de stap naar de 3-jarige HBS die er in Zetten ook dankzij de Stichtingen gevestigd was, niet groot. De meeste leerlingen van de LvB gingen naar de HBS. Dat was tijdens de tweede wereldoorlog. Het derde jaar kon ze niet afmaken vanwege de inval van de geallieerden, ze evacueerde naar Tilburg. Na de oorlog maakte ze de HBS af in Nijmegen  en ging studeren voor analiste (en niet voor lerares zoals haar ouders graag zouden zien). Voordat ze afgestudeerd was kreeg ze al een baan bij de Kema in Arnhem. Daar ontmoette ze Arie, die geboeid door de scheikunde ook analist was geworden. In 1956 trouwden ze en verhuisden richting Eindhoven want Arie kreeg een baan bij Philips. In Geldrop gingen ze wonen en kregen daar drie zoons en inmiddels zijn er 8 kleinkinderen.

Toen Arie 60 werd ging hij met pensioen en zochten ze een huis buiten de Philips sfeer en kwamen min of meer toevallig in Zetten terecht, in de Sadatstraat omdat broer Anton (ook een trouwe vluchtheuvelaar! ) zei dat ze daar leuke huizen aan het bouwen waren, inmiddels alweer 30 jaar geleden. De gang naar de Vluchtheuvel was vanzelfsprekend. Drini en Arie zijn trouwe heuvelgangers en ook als gastgezin voor groothuisbezoeken waren zij altijd bereidwillig. Sinds kort wonen ze kleiner op De Loohof waar ze het goed naar hun zin hebben. Met warme gevoelens kijken ze nog graag terug hoe het vroeger was. Drini in Andelst aan de ene kant van de Rijn Arie in Arnhem aan de andere kant. Arie die in dienst moest na zijn studie en 3 jaar bij de hospikken in IndiŽ diende. Waar gaat het naar toe met de Vluchtheuvel? Er is veel veranderd en je kunt je kwaad maken om de houding van De Stichtingen maar er zijn ook oplossingen te bedenken.  Samen met de gereformeerden zou goed kunnen. Arie en Drini waren dat in Geldrop al vele jaren gewend en vonden het vreemd dat dat in Zetten niet het geval was.

 

wpe5.jpg (18719 bytes)

 

November 2017

Haar VLUCHTHEUVEL IS…..’  Lida van de Voorde

Lida was van 1988 tot 1999 directeur van de Heldring Stichtingen. In die tijd waren de predikanten van de Vluchtheuvelkerk ook in dienst van de Heldring Stichtingen. De dominees Just, Hanno en Martin waren voor haar sparring partners aangaande ethische zaken. Sinds 1988 was Lida een trouwe bezoekster van de Vluchtheuvelkerk en voor haar betekende dat zondags “bijtanken”. In 1997 moest ze op een zaterdag het lichaam van haar overleden zoon identificeren. En op zondag is zij gewoon naar de Vluchtheuvelkerk gegaan. De teksten van die dienst dreunen nu nog door: “En zij zullen geen kinderen grootbrengen voor een voortijdige dood”. “Hoe vreselijk het lot ook is niemand hoeft onaanraakbaar te worden”. Toen ze bij de mededeling vertelde van het overlijden van haar oudste zoon werden zij en Ben en Chris omringd en “gedragen” door de heuvelaars.

DSC_0879b.jpg (974487 bytes)

Die ervaring is de basis geworden van een blijvend en warm vertrouwen in de Vluchtheuvelgemeente. Op de  vluchtheuvelaars kun je altijd een beroep doen! Lida was actief in de kerk bij de voorbereiding van Paasdiensten en sinds 2000 in het pastoraat van de Vluchtheuvelgemeente. Ze ziet dat ook als een teruggeven van wat ontvangen is. In 2006 werd ze bevestigd als kerkenraadslid en is dat tot op heden gebleven. De laatste jaren als interim preses. Ze zal begin 2018 na 12 jaar aftreden.

Al die tijd is ze ook in werkgroepen en commissies actief geweest: Enkele jaren in Vorming en Toerusting en in de werkgroep de Vluchtheuvel samen-op-weg met de Rank. Ook verzorgt ze, samen met Hanny,  om de 6 weken de thuisvieringen.

En ze is actief in de leesclub, met bespreking van levensbeschouwelijke boeken, iedere 14 dagen. Lida ziet geen grote veranderingen in de Vluchtheuvelgemeente de afgelopen 12 jaar. De verschillende dominees hebben elk met een eigen stijl de Vluchtheuvel geleid. Nu kent de gemeente veel groepen en activiteiten buiten de zondagse eredienst. Het kerkbezoek op zondagen loopt ook bij de Vluchtheuvel terug terwijl die andere activiteiten onverminderd doorgaan. Ook hierdoor worden groepjes gevormd die mogelijk minder toegankelijk lijken voor nieuwelingen. Toch zijn nieuwe leden altijd van harte welkom.

Voor de toekomst mag voor Lida alles blijven zoals het nu is. Nu de Vluchtheuvel een dominee-loos tijdperk in gaat vraagt ze zich wel af wie en wat de bindende factor zal zijn of worden. Lida heeft er alle vertrouwen in dat de Vluchtheuvel een eigen weg naar de toekomst zal vinden, hoe die er ook uit mag zien. Met de recente aanvulling van de kerkenraad is ze zeer blij.

GeÔnterviewd door Ruud Schotman

December 2017

“Haar Vluchtheuvel is...”  Anna Marie Bakker

Anna Marie Bakker is al heel lang Heuvelaar. Ze kwam in 1957 als Gereformeerd meisje naar Zetten, vanuit Den Haag. Daar was ze aan het begin van de oorlog geboren.Haar vader was daar leraar wis- en natuurkunde aan een grote middelbare school. Toen zij later de HBS volgde, was hij inmiddels rector, maar dat vond ze niet echt fijn, bij vader op school. Ze hield het na drie jaar voor gezien. Haar moeder was een boerendochter uit NW-Brabant en dat was vooral in de laatste oorlogsjaren een geweldig voordeel als je in Den Haag woonde.

In Zetten ging ze naar de leraressenopleiding van de Landbouwhuishoudschool en volgde ze de N-XIX opleiding, de huishoudelijke vakken, maar wel met het oog op de agrarische sector.Uiteraard bracht dat met zich mee dat ze op het internaat kwam, toen gevestigd in het Christine Hermine Huis aan de Steenbeekstraat. Het was vanzelfsprekend dat de meisjes ’s zondags de dienst volgden in de Vluchtheuvel. ’s Avonds ging ze dan nog vaak naar een dienst in de Gereformeerde Kerk, zo was ze het als gereformeerd meisje van huis uit gewend.

Ze was inmiddels bevriend met Jan Willem, student Cultuurtechniek en Waterhuishouding in Wageningen. Hij was lid van de studentenvereniging SSR. Een ouderejaars student maakte je wegwijs en gaf steun waar nodig. Voor hem was dat Henk Beukema, die was zijn “Pa”, zoals dat genoemd werd. Het is een vriendschap voor altijd gebleven. Ze trouwden en woonden een periode in Rijswijk. Beiden hadden daar hun werk.

Toch wilden ze toch deze kant op. Ze konden tijdelijk in Wageningen wonen en van daaruit besloten ze een stuk grond aan de Wageningsestraat te kopen en daar te gaan bouwen. Daar gingen ze in 1965 wonen, samen met zoon Johan, die toen 1 jaar oud was.  Jan Willem werkte inmiddels in het Staringgebouw, het instituut voor Cultuurtechniek en waterhuishouding van de Wageningse Universiteit. Voor de FAO was hij o.m. werkzaam in TunesiŽ, en verschillende Oost-Europese landen. Anna Marie zocht hem op in TunesiŽ, later lukte dat niet meer, want  het gezin was inmiddels uitgebreid met dochter Carolien en zoon Wridzer. (wist u dat dat een oud-Nederlandse naam is, terug te vinden in het boek over de 4 Heemskinderen?). In die tijd deden ze vele internationale contacten op, aan de Wageningse straat was het dan ook vaak heel druk.  

Omdat ook Jan Willem gereformeerd was, werden beiden lid van de gereformeerde kerk. Ze waren daar zeer actief in het jeugdwerk, zijn ook jeugdouderling geweest. Toch zijn ze op zeker moment overgestapt naar de Vluchtheuvel, voor Anna Marie was het thuiskomen:  “je mag er zijn zoals je bent”.

Anna Marie werkte niet meer, maar had het erg druk: haar eigen  kinderen, ze adopteerden een dochter uit Korea en hadden pleegkinderen. Daarnaast maakte hun sociaal-maatschappelijke betrokkenheid dat er altijd wel iemand op hun pad kwam die hulp of steun nodig had.Haar mobiliteit was al jaren een probleem, pijnlijke gewrichten, operaties aan heupen, knieŽn, maakten dat  ze met stokken moest lopen. Het verhinderde haar niet een actief lid te zijn van de KNNV, een cultuurhistorische vereniging en van de vereniging voor veldbiologie. Moeilijk lopen of niet, ze trok mee erop uit om te tellen en te inventariseren in de natuur. Nog steeds volgt Anna Marie de maandelijkse lezingen in Wageningen.

Plant en dier zijn haar grote liefde. Dat gaat zelfs zo ver dat ze de boerenzwaluwen die in een slaapkamer boven nestelen, geen strobreed in de wel legt.  In de buurt was vroeger een huis waar zich elk voorjaar vele boerenzwaluwen vestigden om nesten te bouwen. Toen het gesloopt werd om plaats te maken voor nieuwbouw, zagen de zwaluwen hun kans schoon om door een openstaand raam bij de familie Bakker te nestelen. De balken boden een ideaal houvast voor de nesten die opgebouwd worden uit modder. Zo nodig werd er een extra plankje getimmerd waarop gebouwd kon worden. Ja, dat geeft een enorme bende, maar wat was het leuk!! Dit jaar waren ze er weer, na een paar jaar van afwezigheid.

Tot haar grote verdriet overlijdt Jan Willem op 57 jarige leeftijd, tijdens een vakantie op Texel.  Het ontroert haar nog altijd enorm als ze over hem praat: een fijn oprecht mens, die ze veel te vroeg moest missen. Hij ligt op het Heuvelterrein begraven. Gelukkig heeft ze vele goede herinneringen. Naar de kerk gaan is niet eenvoudig, haar mobiliteit is steeds verder achteruit gegaan. Ook is het een hele kunst om op tijd gereed te zijn om de wandeling naar de Heuvel te maken op zondagmorgen. Onlangs kreeg ze een nieuwe knie en dat maakt dat ze er achter de rollator weer op uit gaat om te oefenen. Ook bezoekt ze trouw de seniorenochtenden:  “een fijn intelligent stel mensen”,

aldus Anna Marie.

   

  Opgetekend door Atie Huygen 

Januari-februari 2018

Haar VLUCHTHEUVEL IS…..’  Betsie Uilenreef

Op de dag in dit nieuwe jaar, dat er weer eens Code Oranje is voorspeld, bel ik aan bij Betsie Uilenreef, om haar te spreken voor deze rubriek. Deze dagen denkt ze vooral terug aan Herman, haar man die nu een jaar geleden overleed. Ze mist hem nog altijd, bijna 65 jaar samen, allebei nog helder van geest. Ze konden samen nog zoveel bespreken, over de kinderen, de kleinkinderen, de achterkleinkinderen en over het geloof.

Herman en Betsie kennen elkaar uit Twente, beiden groeiden op in Hengelo. Na de huishoudschool, die je als meisje maar beter gehad kon hebben, leerde ze door voor coupeuse. Van die opleiding heeft ze altijd veel plezier gehad. Ze werkte in opdracht, maar vooral ook voor de kinderen. Herman studeerde tropische landbouw aan de Hogeschool in Deventer. Daarna ging hij 3 jaar naar het toenmalige IndiŽ, was daar werkzaam in het bosbeheer. Even tussendoor naar huis om Betsie eens te zien was er niet bij in die tijd, ze schreven elkaar trouw brieven. Het was de bedoeling dat Betsie er ook heen zou gaan, wellicht was ze dan eerst “met de handschoen getrouwd”, want zo ging dat in die dagen. Maar het liep anders, de politieke situatie was zodanig dat het werk stopte en Herman naar Nederland kwam in 1951. Een jaar later trouwden ze. Ze woonden korte tijd in Wageningen, waar Herman ging werken bij de Plantenziektekundige dienst, in de buitendienst. Daarna woonden ze nog in Vught , later in Den Bosch om tenslotte 48 jaar geleden in Zetten neer te strijken.

Je bent allebei meelevend Hervormd kerklid en dan kom je in Zetten wonen. Waar sluit je je bij aan? Er waren kennissen die zeiden: “niet naar die Vluchtheuvel gaan, dat is niks voor jullie”. In die dagen was ds. Wijntje daar predikant. Ze begonnen daarom maar met de Dorpskerk. Heel snel werd duidelijk dat die niet bij hen paste. Ze “probeerden” de Gereformeerde Kerk, maar sloten zich al gauw toch aan bij de Vluchtheuvel. Tineke Maats zat in de Kerkenraad, als diaken en vroeg Betsie om er ook bij te komen; 7 jaar lang deed ze samen met Tineke het diaconaatswerk. Ze begonnen samen een Pastoraatsgroep, die nog altijd bestaat en waarvan Tineke nog altijd een belangrijk lid is. Ze vonden het beiden belangrijk iets op te zetten voor het onderling kontakt tussen medewerkers en oud-mederkers van de Stichtingen, toentertijd nog nauw verbonden met de Vluchtheuvel.  

Inmiddels waren er vier kinderen: Tineke, Anton, Jan Willem en Liesbeth. Anton en zijn vrouw en kinderen hebben nog jarenlang deel uitgemaakt van de Vluchtheuvelgemeente, voordat ze naar Aalten verhuisden. Herman en Betsie kregen zeven kleinkinderen en vijf achterkleinkinderen. Ze vindt het heerlijk als ze op bezoek komen. Ook wel handig als ze “vast zit” met de moeilijke puzzel die op tafel ligt, een puzzel waarop Betsie met het jongste achterkleinkind staat afgebeeld. Heel mooi, maar moeilijk! Ondanks haar 90 jaren woont Betsie nog steeds zelfstandig, met wat ondersteuning. Dankzij haar scootmobiel kan ze er ook even uit. Zo kan ze nog haar vriendin Jo Nielen bezoeken in het Witte Huis. Ze bezocht vaak de seniorenochtenden en ook de huiskamervieringen betekenen veel voor haar. En met Kerst was ze zelfs in de Heuvel! 

Mooie woorden van Betsie tot slot: De sfeer en de eenheid (ondanks de veelkleurigheid) in de Vluchtheuvelkerk is geweldig, men ziet naar elkaar om!

 

                                                                        Opgetekend door Atie Huygen

Maart-april 2018

HAAR VLUCHTHEUVEL IS…..’  Hans Hille Ris Lambers

Hans Hille Ris Lambers kan het slecht verdragen als iemand verzucht dat hij “zo’n honger heeft”. Erfenis van de twee jaren die ze als kind doorbracht in een Jappenkamp op het eiland Java. Zij zat daar samen met moeder, twee zusjes en haar kleine broertje. Vader zat in een mannenkamp op West-Java. Wonder boven wonder en met behulp van het Rode Kruis,vonden ze elkaar na de oorlog weer terug.

Na haar middelbare schooltijd, deels in Nederland, deels in IndonesiŽ, volgde ze in Amsterdam de Kunstnijverheidsschool, de latere Rietveldacademie en deed eindexamen  beeldhouwen. Omdat daar geen droog brood mee te verdienen viel, ging  ze werken bij een biologe in Wageningen als botanisch analiste. Voorwaarde was dat ze de opleiding ging volgen en dat deed ze. Toen deze baan stopte, trok ze naar Zwitserland, naar de Walensee, om als verpleeghulp te werken in een sanatorium. Het beviel zo goed, dat ze besloot haar diploma verpleegkunde te behalen. Na de opleiding in Zutphen, ging ze weer terug naar het sanatorium in Zwitserland.

In 1975 keerde ze voorgoed naar Nederland terug. Zwitserland is nog altijd een favoriete vakantiebestemming. In Zetten kwam ze geregeld, omdat daar haar zus Anne Marie woonde, getrouwd met Ludo de Beaufort. Toen Ludo na de scheiding alleen kwam te staan met de kinderen, verzorgde Hans zes jaar lang het huishouden. Daarna werkte ze nog 13 jaar in de nachtdienst in Liefkenshoek, het bejaardenhuis in Heteren.

Ze was inmiddels in de vijftig, had een eigen huis en leerde Herman kennen, een geboren en getogen Bosschenaar. Toen ze besloten  met elkaar verder te gaan, was het eigenijk vanzelfsprekend dat Herman bij haar introk in het huis aan de Marshallstraat, waar ze nog steeds woont. De trouwambtenaar bij hun burgerlijk huwelijk was Jaap Maats. Hans, die eigenlijk Johanna Wilhelmina Antonia heet, was niet kerkelijk opgegroeid. Maar in Zettten trok ze naar de Vluchtheuvel, door het gezin van Ludo. Herman was Rooms Katholiek, maar voelde zich thuis op de Heuvel. Lida vroeg Hans om steun in het pastoraatswerk, waarbij ze nog steeds is betrokken. Toen kwam de Cantorij, opgericht door Just van Es en Barbara, de dochter van Ludo, ruim 25 jaar geleden. Hans zong er jaren, was een poosje weg en zong in die tijd bij Toonkunst Wageningen. Inmiddels is ze weer terug bij de Cantorij.

Enkele jaren geleden werd Herman ziek en in november 2013 is hij overleden, 82 jaar oud. In die tijd ervoeren zij heel veel steun van Mariska. Het betekende veel voor Herman dat Mariska hem de ziekenzalving gaf, zoals men dat in de kerk waarin Herman is opgegroeid, gewoon is. “Ik heb nooit een funktie in de kerk gehad”, zegt Hans. Maar ik wil daar graag bij opmerken dat zij een stille kracht was en is. Altijd bereid om iemand te ondersteunen, met goede raad en praktische hulp.En de toekomst van ons Heuvelaars? Zolang we kunnen gaan we door, we zien het wel.

Opgetekend door Atie Huygen

 

Mei-juni 2018

HUN VLUCHTHEUVEL IS…..’  Wanda en Chris Maan

Wanda en Chris Maan hebben er 30 jaar Zetten en 30 jaar Vluchtheuvel op zitten, als zij ons straks gaan verlaten. Ze hebben het huis aan de Sadatstraat, waar ze vanaf nieuwbouw gewoond hebben, verkocht en laten op een bouwkavel in Huissen een “levensloopbestendige” en energieneutrale woning bouwen. Per 1 augustus gaan zij dus ook ons Heuvelaars verlaten en dat is even slikken!

Chris en Wanda kennen elkaar al vanaf de middelbare schooltijd in Arnhem. Chris volgde daar het gymnasium aan het Chr. Lyceum en Wanda de Chr. MMS aan de Zypendaalseweg. Op een gezamenlijk schoolfeest was het raak. Zetten was trouwens niet onbekend bij Chris want bij hem in de klas zat Bart Peerbolte, zoon van de toenmalige juwelier en klokkenmaker aan de Hoofdstraat. Chris ging vervolgens plantenziektenkunde studeren in Wageningen aan wat toen nog de Landbouwhogeschool heette en Wanda deed de Kleuterkweek in Arnhem. Na Chris` praktijkperiode in Brazilie en Wanda`s examen gingen ze samenwonen en trouwen in Wageningen. De inspirerende studentenpastor Bob van der Steen zegende hun huwelijk in. Dat gebeurde tijdens een gewone zondagsdienst in de Grote Kerk in Wageningen. Wanda bleef werken als kleuterjuf, want Chris moest nog afstuderen. Hij wilde zich zo breed mogelijk oriŽnteren en behaalde er nog een onderwijsbevoegdheid bij. Tijdens die opleiding ontmoette hij biologieleraar en didacticus Ludo de Beaufort bij wie hij ook stage liep aan het toenmalige Heldring College. Die brede opleiding wilde Chris vooral ook met het oog op uitzending naar het buitenland. Via D.O.G. (Dienst over Grenzen) ging hij werken in het landbouwonderwijs in Zambia. Wanda en dochter Esther gingen mee, het werden fijne en heel bijzondere jaren die een blijvend stempel zouden drukken op de rest van hun leven. Zoon Caspar werd er geboren bij het licht van een petroleumlamp, wel in het ziekenhuis, met een Nederlandse arts. Hij werd daar gedoopt door een Schotse predikant van United Church of Zambia.  

wanda chris.jpg (190858 bytes)

Weer terug in Nederland vestigden ze zich in Rijsenhout (Haarlemmermeer) waar Chris 9 jaar les gaf aan de middelbare land-en tuinbouwschool in Aalsmeer en Hoofddorp. In die periode werd dochter Elisabeth geboren. Tenslotte verhuisden ze naar Zetten, omdat Chris bij de Plantenziektekundige Dienst in Wageningen ging werken. Wanda kwam uit een “gematigd Gereformeerd gezin” en Chris uit een niet te streng midden-orthodox Hervormd gezin. Tijdens een eerste kennismaking met de Vluchtheuvel voelde het gelijk goed en zo is het al die tijd gebleven. Ruimte en vrijheid, geen dogma’s en … ze kwamen er oude bekenden tegen: Ludo, maar ook oud-studiegenoot Jaap van Tuyl. Vanaf het eerste uur zong Chris bij de Cantorij. Ook is hij “voorzanger” voor het KyriŽ tijdens de voorbeden. In 1987 kwam hij in de Kerkeraad, waar hij de penningen beheerde. Dat doet hij, na een lange onderbreking, nu weer maar hij zoekt inmiddels wel een opvolger. Wanda was lange tijd koster, eerst alleen, later met Arie Griffioen. Vier dominees maakten ze mee, ieder met hun eigen stijl en kwaliteiten. De kinderen zwermden uit, gingen een vervolgopleiding doen en ontmoetten levenspartners. Van oud naar jong wonen ze nu resp. in Heerenveen, Duiven en Huissen. Wanda en Chris hebben 3 kleinzonen en een kleindochter mogen verwelkomen. Tijdens Chris’ laatste baan bij de biologische controle-instantie kwam hij in aanraking met de wijnbouw. Dat vond hij zo boeiend en uitdagend dat hij ruim voor zijn pensionering in 2002 besloot iets minder te gaan werken en samen met Teun Geluk begon met .....een wijngaard in Dodewaard, de S-akker.

Een lezing geven in de Heuvel betekende dan ook altijd: een mooi flesje wijn mee naar huis van wijngaard de S-akker. De avondmaalswijn kwam jarenlang van “de Blauwe Steen”. Toen deze winkel sloot, maakte Chris speciale avondmaalswijn: iets zoeter, iets hoger alcoholpercentage dan de klassieke rode. Hoewel de wijngaard inmiddels niet meer bestaat, is er nog een ruime voorraad avondmaalswijn over. Een mooie herinnering aan dit stel mensen dat zoveel heeft betekend voor de Vluchtheuvel!

Het waren voor hen 30 bijzondere en plezierige jaren. Ze zijn zeker van plan de diensten nog eens bij te wonen: lekker op de fiets vanuit Huissen. Wanda en Chris, nog veel fijne, gezonde jaren toegewenst in Huissen, met kinderen en kleinkinderen en lieve vrienden om je heen!

 

                                                                             Opgetekend door Atie Huygen

Juli-augustus 2018

HUN VLUCHTHEUVEL IS…..’  Sara en Dolf Thedinga

Het aantal Heuvelaars dat elkaar op zondagmorgen treft op de Heuvel, is niet groot. De meesten kennen elkaar, elk nieuw gezicht valt op. Sinds ruim een jaar bezoeken Sara en Dolf Thedinga de diensten en inmiddels zijn zij ook vertrouwde gezichten geworden. Tijd om eens nader kennis te maken.

Sinds eind februari 2017 wonen ze in de Steenbeekstraat, in een fijn huis met een mooie tuin. De Betuwe was al zeer bekend terrein voor hen: Dolf en Sara waren kosters van het mooie kerkje in Ressen, ze woonden dertien jaar in de ruime kosterswoning naast de kerk. Daarvoor woonden ze dertig jaar in Oosterhout. Zij volgden Bram Wildeman en Liesbeth Hijmans op, die naast de zondagse diensten en de vele trouwerijen ook veel muziekuitvoeringen organiseerden. Dolf groeide op in Wageningen, aan de Veerweg. Hij studeerde Tropische Landbouw in Deventer en ging werken in Zambia als vrijwilliger in dienst van de Nederlandse overheid. Na een korte tijd op een groentenproject gewerkt te hebben ging hij werken in Mufulira op een proefstation. MaÔs, rijst, aardnoten, soyabonen en katoen waren de gewassen waar hij zich mee bezig hield. Hij bleef er vijf jaar en aan het eind van die tijd ontmoette hij Sara. Zij kwam uit Engeland en was onderwijzeres aan een lagere school, gaf les aan kinderen van mensen die in overheidsdienst werkten. Zambia is een voormalig Britse kolonie, het werd gestimuleerd als men daar ging werken. Toen het contract van Dolf afliep besloten ze samen verder te gaan in het leven. Eerst werd er getrouwd, in Engeland. Het werd daarna Kameroen, waar ze `voor de Missie werkten`. Nou ja, op de palmolieplantage dan wel.

 dolf en sara.JPG (933543 bytes)

Ze bezochten er de R.K. kerk, maar de (Nederlandse)bisschop, die overigens op flinke afstand woonde, verbood hen om deel te nemen aan de eucheristieviering, we zijn nog in het begin van de 70-tiger jaren! Hun zoon Meindert is er geboren in het ziekenhuis in Acha-Tugi dat gerund werd door de Baseler zending. De vrouwelijke arts was zelf hoogzwanger en beviel kort daarna. Toen naar Rwanda om te werken op een theeplantage, inmiddels in dienst van Euroconsult, een dochter van Arcadis. Dochter Renske werd er geboren. Daarna volgde nog wat andere omzwervingen, maar toen zoon Meindert toe was aan de lagere school, kozen ze ervoor om in Nederland te blijven.

In Oosterhout ging Dolf werken bij een graszaaizaadhandelaar, Barenbrug, maar hij was belast met de handel in maÔszaad. Toen hij na enige tijd als zelfstandig bedrijf verder ging, kwam al vrij snel Zweden in beeld. De Franse leverancier vroeg of hij daar eens wilde  gaan kijken en dit leidde tot een jarenlange prettige samenwerking. In 2003 kwam de vacature van kosters van de kerk van Ressen langs en dat bleek goed te combineren. Inmiddels had Sara Zetten al leren kennen: in de jaren ’80 en ’90 gaf ze er Engelse les. Dolf was lid van de Rotary en is lid van de bridgeclub en de Freewheelers hier en kent enige mensen van vluchtelingwerk. Toen ze als kostersechtpaar stopten, was Zetten een logische keuze als woonplaaats. In Oosterhout en Ressen waren ze samen bijna 40 jaar actief in de kerkenraad, afwisselend natuurlijk. Waar kennen we dat van? Oosterhout vormt samen met Ressen en  Lent een kerkelijke gemeenschap die samen ťťn dominee hebben en afwisselend in elkaars gebouw kerken. Dat was dus wel even wennen hier in Zetten, vijfduizend inwoners en 4 Protestante kerken!

Dolf is Hervormd opgegroeid, Sara Anglicaans, meeleven met de R.K. Kerk in Kameroen, als het goed voelt, is het goed. In Zetten besloten ze rond te kijken, kerken zowel in De Rank als in de Vluchtheuvel. In de jaren ’80 kerkten ze  ook al eens hier, ten tijde van ds. Ernst Knijff. Mariska hebben ze maar even meegemaakt, Greetje de Klerck kenden ze al als voorganger in Ressen / Oosterhout, Martin de Jong was er interim. De diensten van de verschillende voorgangers spreken hen aan, Sara is actief in De Herberg, het maaltijdprojekt van de gezamenlijke kerken. Jammer, dat we met zo weinigen in de kerk zitten, vooral met het oog op zingen!

 

                                                                               Opgetekend door Atie Huygen

 

September-oktober 2018

MIJN VLUCHTHEUVEL IS…..’  Louis Tiemensma

Zoals Obelix een beetje teveel van het goede kreeg toen hij als baby in de pot met toverdrank terecht kwam, zo groeide ik op in een domineesgezin met drie broers en twee zussen, eerst in Zierikzee, daarna Vlaardingen. Geruime tijd volgde ik alles braaf, inclusief cathechisatie, van belijdenis is het nooit gekomen.  

Wegens studie verhuisd naar Amsterdam. Daar meldde zich in de kortste keren een ouderling, die kennis wilde maken. Maar al snel bleek dat hij vooral geÔnteresseerd was in een eigen bijdrage voor de kerk, terwijl ik mijn beurs nog niet gekregen had, maar al wel een microscoop, een snijdoos en een witte jas moest aanschaffen, plus de diverse peperdure boeken. Vervolgens wilde hij ook nog met me bidden. #MeToo bestond toen nog niet, maar ik heb me de dag erna laten uitschrijven uit die kerk, en me tientallen jaren prima kunnen redden zůnder. Toch was het daarna qua kerkbezoek nog niet helemaal over: Mij werd gevraagd te spelen bij de trouwdiensten van mijn oudste broer, van mijn twee zussen. Door de bruidsparen waren hier en daar profane verzoeknummers ingediend, gedeeltelijk kon ik daaraan voldoen (We zullen doorgaan, thema “de organist”, ook van Shaffy), maar het lukte me bijvoorbeeld niet Cent mille chansons enigszins overtuigend op het orgel tot klinken te brengen.  

Zelf getrouwd, maar dat duurde kort. Scheiding. Enige tijd later een nieuwe relatie, er kwamen zelfs twee schatten van kinderen, maar uiteindelijk na 27 jaar samen toch weer een scheiding. In de tussentijd twee keer in de Vluchtheuvel gespeeld bij de doopdienst van DaniŽl en later die van Hannah (kinderen van Cees en Teeja). Daarna ad hoc ingevallen bij de kerstdiensten toen het water zo hoog stond dat de vaste organist de kerk niet kon bereiken.  

Mijn muzikale achtergrond is wellicht wat ongewoon: Jarenlang blokfluitles, jeugdorkest, kinderoperette, mezelf wegwijs gemaakt op het harmonium, later kwam er een piano in huis, een jaar pianoles (vreselijk fantasieloos), schoolcabaret, cabaret jeugdcentrum, workshop BIM-huis “Harmonieleer en Improvisatie”, sinds 1978 veel samengespeeld met Teeja Lont (klassiek, pop, jazz, maar ook kerkmuziek). Tsja, sinds 1990 heb ik vier begrafenissen in mijn familiekring muzikaal begeleid, achtereenvolgend mijn vader, mijn jongste zus, mijn moeder, mijn oudste broer. Zo zijn we wat betreft het ouderlijk gezin nog maar met de helft over.  

Lumen Louis.jpg (554743 bytes)

Kan zo niet meer nagaan sinds wanneer ik lid van de Vluchtheuvel werd, dat was ergens begin van deze eeuw, sindsdien regelmatig dienstgedaan als organist/pianist. Ik werd een aantal jaren voorzitter van de kerkenraad. En ook nog eens roostermaker voor de organisten. Maak liefst mijn eigen arrangementen of harmonisaties. Hoop daarmee mensen te enthousiasmeren en echt mee te krijgen in het zingen. Maar ja, sommige originelen (Bach bijvoorbeeld) zijn zo goed, dat ik me aan bewerking niet zal willen bezondigen. Geloof ik intussen weer een beetje? Nou nee, niet echt. Wat me zo aantrekt in de Vluchtheuvel is dat je naar hartelust mag twijfelen, geloofszekerheid is totaal geen vereiste. Verder is er een groot enthousiasme bij het instuderen van nieuwe liederen. Daarbij maak ik graag en dankbaar gebruik van de inzet van de Cantorij, met wie ik ook een aantal speciale projecten heb mogen doen: Een paar bruiloften, Cantique de Jean Racine, Klein Kerstoratorium, enzovoort. Mooie herinneringen! Wordt vast vervolgd.  

Louis Tiemensma

 

November-december 2018

‘HUN VLUCHTHEUVEL IS…..’  Wim en Anja van Rookhuijzen

Toen ze in 1985 trouwden, betrokken Wim en Anja van Rookhuijzen een jaren-30-huis aan de Wageningsestraat, tussen de spoorlijn en de A15. Ze moesten eruit in 2001 om plaats te maken voor de Betuweroute, de goederenspoorlijn tussen Rotterdam en Duitsland. Wim wist de boel nog aardig op te houden, ze waren de laatsten in de rij die uiteindelijk vertrokken. Er moest tenslotte iets aardigs voor terug gekocht kunnen worden. En dat is gelukt, ze wonen nu in de Woerdsestraat, in een prachtig vrijstaand huis. De bouwstijl ervan doet denken aan hun vorige.

Anja is afkomstig uit Echteld en was hervormd, Wim is opgegroeid in Randwijk, met de School met de Bijbel en de Gereformeerde Kerk, die pal naast hun huis stond. Het was dan ook even zoeken waar zij zich in Zetten kerkelijk thuis voelden. Herveld? De Rank? Wim is daar nog steeds ingeschreven. Het werd toch de Vluchtheuvel. Bij Anja al bekend van haar Christine Hermine-tijd en bij Wim vanuit zijn HBS jaren. Ze luisterden graag naar Just van Es, die toen predikant was. Hun drie kinderen zijn er gedoopt, Annelies, Janric en Merije. Annelies en haar man  Jeroen trouwden in juni 2013 en hun twee dochtertjes zijn er ook weer gedoopt. Inmiddels zijn zij trouwe bezoekers van de Meespeelviering.

Wim werkt bij Stirling Cryogenics in Eindhoven, waar ze machines maken voor   -250 C en Anja bezoekt voor ziekenhuis Rivierenland in Tiel patiŽnten in de buitendienst. Overigens is Anja ten tijde van dit interview niet zo mobiel: al 14 dagen is ze met een nieuwe knie aan huis en aan de bank gekluisterd. Wat haar slecht bevalt. Ze heeft een hekel aan stil zitten en dan helemaal afhankelijk te zijn van anderen. Sinds 2015 is Wim lid van de kerkenraad. Niet helemaal uit roeping, maar je kunt niet alleen maar “consumeren” en anderen al het werk laten doen. Wel hebben Anja en Wim afgesproken dat zij waar nodig bijspringt. Hij vindt het mooi dat je in de Vluchtheuvel jezelf kunt zijn, er is respect voor elkaars afwijkende mening, niemand vertelt je wat je moet denken. Anja geniet elke keer weer van het gebouw, de sfeer binnen, met het licht dat altijd zo mooi naar binnen valt, maakt niet uit in welk jaargetijde.En ja, er zit ’s zondags vaak maar een klein groepje in de kerk, maar er is zoveel meer daarbuiten wat juist heel wezenlijk is voor de Vluchtheuvel: de seniorenochtenden, de huiskamervieringen, pastoraatsgroep, meespeelvieringen, de cantorij, de lezingen.  En niet te vergeten een heel aantal mensen dat zich met hart en ziel inzet om steeds weer een dienst te kunnen verzorgen. De toekomst? Niet te veel zorgen over maken, vindt Wim: waar twee of drie vergaderd zijn in Zijn naam …......

 Opgetekend door Atie Huygen

 

Januari-Februari 2019

'MIJN VLUCHTHEUVEL IS…..’  Hermien Schuiten

Hermien Schuiten werd geboren in het Friese Bakkeveen in 1938. Haar wieg stond in het huis naast de Volkshogeschool, want daar werkten haar ouders. Deze Volkshogeschool was in 1932 opgericht, als eerste in Nederland, al gauw verschenen overal in het land Hogescholen, niet te verwarren met Volksuniversiteiten, waar het vooral om kennisoverdracht gaat. VHS organiseerden cursussen voor jonge boeren, studenten, werklozen en ook buurtwerk. In 1940 sloot de HS (tijdelijk) haar deuren, vanwege de oorlog en Hermien verhuisde met haar ouders naar Bennekom. Haar vader werkte op de toenmalige Landbouw Hogeschool in Wageningen.

Door evacuatie in 1944 belandden ze in Lunteren en voorlopig bleef het gezinnetje aan het verhuizen in die jaren, met als gevolg dat Hermien op geen enkele school kon aarden. Op de Montessorischool in Rotterdam was het  wel fijn. Haar ouders scheidden toen ze 12 was en ze trok met moeder naar Hengelo in Overijssel. Ze maakte daar de lagere school af, haalde Mulo B en ging in de verpleging in Enschede. De keuze voor de verpleging werd vooral ingegeven door het feit dat ze op deze manier tenminste thuis weg kon, want haar wat dominante moeder liet haar te weinig ruimte. Het werd een fijne tijd, met fijne contacten.

In Arnhem haalde ze daarna haar kraamdiploma in het toenmalige Gemeenteziekenhuis. Ze leerde haar man Peter kennen, maar moest vanwege het huwelijk haar baan als nachthoofd in Ede, opgeven. Ze kregen een dochter, Elena en een zoon, Peter. Inmiddels woonden ze in Zetten. De kinderen gingen naar de Van Lingenschool, waar Hermien met veel plezier vrijwilligerswerk deed. Ook haar drie kleinkinderen, Emma, Peter en David zaten of zit nog, op die school. Peter en Hermien scheidden in 1982.

Van huis uit was Hermien bekend met de Christengemeenschap, en in Arnhem woonde ze op zolder van het gebouw van de Gemeenschap. Ze kon dan indien nodig de telefoon nog eens aannemen. De Christengemeen- schap is een beweging tot religieuze vernieuwing, het is een Nederlands Kerkgenootschapen en heeft verwantschap met de Antroposofische  beweging. Men kent priesters als voorgangers en viert elke zondag het avondmaal. Kerkelijk had Hermien in Zetten nog geen onderdak gevonden, tot  Riet Jansen haar uit eens uitnodigde mee te gaan naar de Vluchtheuveldiensten. Het was 2006-’07 en Martin was predikant. Ze heeft het er naar haar zin en bezoekt vaak de dienst. Daarnaast gaat ze naar de  maandagmiddagvieringen, de seniorenochtenden en is ťťn van de weinige Heuvelaars die regelmatig bij de bijeenkomsten van “Het Gele Boekje” is. En niet te vergeten de maaltijden in De Herberg, waar ze een lans voor wil breken:  “lekker, gezellig en goed voor de contacten”.

 

Opgetekend door Atie Huygen

'MIJN VLUCHTHEUVEL IS…..’  Ludo de Beaufort

Terugkijkend op de 45 jaar, waarin ik in Zetten woonde, springt de kerk op de heuvel er als eerste uit, vol met nostalgische herinneringen. Zo zaten leraren van het toenmalig Heldring College op zondag tegen de muur onder de klok en daarvoor een bank vol draaierige internaatleerlingen. Elders werden hele banken gevuld met pupillen van de Stichtingen, in toom gehouden door groepsleiding. De kerk zat toen helemaal vol. Hoe anders is dat nu. Zou Heldring zich met een zucht in zijn graf omdraaien: "heb ik daarvoor nou die kerk laten bouwen"? Of zou hij met de kennis van nu en met respect voor groepsleiders bewondering opbrengen voor wat er nu met pupillen toch nog bereikt wordt? 

Nadat in de tijd van de toenmalige ds. Wijntje weerbarstige pupillen de cel in moesten als ze niet mee wilden naar de kerk, ging het roer definitief om. Ook het internaat hield op te bestaan en veel leraren, aanvankelijk knus bij elkaar in de Bethelstraat zochten andere woonlocaties, zo ook ondergetekende, eerst in het ,megahuis  aan de Vluchtheuvellaan met Anne Marie Hille Ris Lambers, toen wat bescheidener, met Riet Jansen aan het Teresaplein. Zelf bleef ik de Vluchtheuvel trouw. Waarom? Was het bij gebrek aan alternatief, uit gewoonte, of omdat er op de heuvel in toenemende mate vrijheid van denken mogelijk werd gemaakt. Nu, na vijf dominees verder dan Wijntje, en er geen vaste predikanten meer zijn en er ook geen dominees meer rondlopen in de Stichtingen blijkt dat we mondig genoeg zijn om de spirit van gemeenschapszin vast te houden en elkaar te accepteren zoals we zijn in evangelische verdraagzaamheid en gastvrijheid. Zoiets overpeins ik iedere keer als i k zo nu en dan  als gast leiding mag geven aan een kerkdienst: het voelt goed op de heuvel. Achter de preekstoel hangt nog steeds een marmeren bord. Destijds kreeg een dochtertje van mij papier en potlood om zich bezig te houden. Ze zag het bord, tekende de omtrek en schreef daarin: God is lief. Daar moet ik ook aan denken, als ik dat bord zie.

En voor de preekstoel, daar heeft een wit kistje gestaan van ons zoontje Peter. Op diezelfde plek werden Riet en ik in de echt verbonden. Allemaal herinneringen. Ik was leraar aan het toenmalig Heldring College en later ook aan de leraarsopleidingen in Wageningen en eenmaal met pensioen nog lang, samen met Riet betrokken bij de heuvelkerk.

 

Nu kijk ik om vanuit mijn kerkelijke gemeente in Zutphen. Diensten in een gotisch gebouw van eeuwen her, een beroemd orgel met een organist even goed als Henk, een kerkenraad met een bank vol ambtsdragers, heel indrukwekkend allemaal. Maar in gedachten zie ik u, dappere volhouders voortgaan op de plek, waar ik zulke goede herinneringen aan bewaar. De complimenten, Heuvelaars! van de oude Heldring en ook van mij.

 

Uw Ludo de Beaufort

 

MIJN VLUCHTHEUVEL IS…..’ Tineke Beukema  mei-juni 2019

Ze is een heel trouw bezoeker van de wekelijkse diensten in De Heuvel, Tineke Beukema. Tot zijn overlijden in december 2016 kwam ze altijd samen met Henk, haar man.Ze werd in het eerste oorlogsjaar geboren in Groningen, waar haar vader een onderneming in metaalwaren had. Toen ze 10 jaar was, verhuisde het gezin naar Rhenen. Ze doorliep de middelbare school in Veenendaal  en deed daarna de opleiding N12, koken en Huishoudkunde. Ze ging een jaar naar Engeland en werkte als dieetkok in een ziekenhuis.

Vanaf 1960 nam ze deel aan internationale oecumenische werkkampen van de Wereldraad van Kerken. Ze trof er jongelui uit alle windstreken. Gezamenlijk werd gebouwd, in o.a. Winsum en Exeter in Engeland. Ook bereidde men met een groep kerkdiensten voor, of dagsluitingen. Het verdiepte haar geloof en gaf haar een positieve instelling mee die blijvend was. Ze behaalde in 1962  haar diŽtiekdiploma en gaf in die tijd ook les op de huishoudschool in Wageningen. Op een feestje kwam ze Henk tegen. Henk, een echte Groninger, afkomstig uit Vierhuizen bij Zoutkamp, was net afgestudeerd, in Nederlandse landbouw, gespecialiseerd in aardappels. Hij heeft zijn kennis in heel veel landen doorgegeven. Tineke ging in Groningen werken als diŽtiste van het Groene Kruis, maar de verkering bleef aan. In 1965 trouwden ze. Eerst woonden ze in een flat in Wageningen, daarna aan het Nieboerplein in Zetten . Henk kende uit zijn studententijd ds. Volten, studentenpastor. Hij trouwde hen en doopte hun zoon Klaas.

Tineke was in een Gereformeerd gezin opgegroeid, maar het was niet heel streng thuis. Henks ouders waren ook Gereformeerd en kerkten in Zoutkamp. Vader Beukema mocht graag af en toe te luisteren gaan in de N.H. kerk in Vierhuizen, wat als iets verlichter gold. Aanvankelijk kerkten Henk en Tineke in de Gereformeerde kerk hier en hun dochter Jannet is er gedoopt. Ook kwamen ze graag in de Doopsgezinde  kerk in Wageningen. Ten tijde van ds. Van Leeuwen maakten ze kennis met de Vluchtheuvelkerk, maar je kon er geen lid van worden als je niet bij De Stichtingen werkte. Ze losten het op door gastlid te worden.. Ze maakten achtereenvolgens het hele rijtje dominees mee. Toen er een nieuwe dominee moest komen, zat Tineke in de beroepingscommissie met Kees van de Berg. Ze togen naar Amsterdam om Just van Es te beluisteren. Het resultaat was dat beiden zeiden: die moeten we hebben! Zowel Tineke als Henk hebben nooit een officiŽle functie bekleed in het kerkelijk werk.

Dat had te maken met de afkeer van vergaderen. Ook was Henk nogal eens naar het buitenland om zijn kennis van aardappels te verspreiden. Maar er was genoeg ander werk: Henk zette met Ina Kliffen het Vluchtheuvelkrantje open is dat tot zijn dood blijven maken, daarbij vele jaren bijgestaan door Erica van Klinkenberg. Hij verzamelde, sloeg op en Tineke hielp met de lay out. 1 jaar voor zijn overlijden schafte hij nog speciaal voor de krant een nieuwe WordPerfekt aan.  

Tineke startte met Tineke Maats in 1990 de Seniorenbijeenkomsten. Nog steeds verzorgt zij de ochtenden bij haar thuis, inhoudelijk bijgestaan door Tineke M. en Hans Hille Ris Lambers. Na haar verhuizing naar het Julianaplein is de Heuvel op loopafstand. Mocht het allemaal niet meer lukken met De Heuvel, dan kunnen we wat Tineke betreft, best samen op gaan met de De Rank.

 

                                                                                           Opgetekend door Atie Huygen

 

 

Wat betekent de Vluchtheuvel voor mij? ...... Willemien Seinhorst            juli-aug 2019

 

Mijn contact met de Vluchtheuvel begon bij Vluchtelingenwerk.
Begin jaren negentig van de vorige eeuw was dit nog voor een groot deel een vrijwilligersorganisatie en ik was vrijwilliger. In Zetten was Ludo de Beaufort voorzitter en in Dodewaard Dineke Hendricks.
Zodoende hoorde ik van de cantorij waar ik wel wilde zingen en zo kwam ik ook in de Vluchtheuvellkerk.
In de eerste dienst die ik daar meemaakte vertelde Rina Brunt (waarschijnlijk voor velen inmiddels niet meer zo bekend) iets over haar leven. Het sprak me enorm aan en ik voelde me meteen thuis. Dat is zo gebleven zij het niet altijd in even grote mate.
Ik herinner me de keer dat Yosry, toen nog ongeveer anderhalf jaar oud, door de kerk kroop. Dat werd door iemand irritant gevonden waarop ik het kind oppakte en zeer duidelijk liet weten dat een kerk, waar een klein kind niet getolereerd wordt, niets waard was in mijn ogen.

Inmiddels was ik getrouwd in de Vluchtheuvel. Jan Willem Bakker was ouderling van dienst. Het gebruikte cassettebandje was een afspiegeling van wat later volgde.
De dienst was opgenomen maar de huwelijksvoltrekking niet. Ik kreeg er toen al een naar voorgevoel van en dat kwam uit. Na ongeveer zeven jaar zijn we gescheiden.
Edoch.....de kinderen bleven en daar ben ik supertrots op.

Samir heeft zijn muzikale talenten regelmatig in de kerk laten horen en ook Yosry heeft menigmaal gedrumd ter opluistering van de vele muziekmomenten die Frits Sipman in elkaar heeft gezet voor de bijzondere diensten in de loop der jaren.

Ook de aanwezigheid van kleine kinderen is zo langzamerhand “vertrouwd” geworden in de diensten ( tenminste de bijzondere) de laatste jaren. Wat heb ik genoten van de kleinkinderen van Nolly en Jaap, Ineke en Cor, Hanny en Kees en Wim en Anja. En van de mij minder bekende kleintjes die ik nu misschien vergeet.

Dat mijn kinderen niet meer naar de kerk gaan vind ik jammer, hoezeer het ook gemeengoed is geworden dat “de jeugd” niet meer zo kerks is.
Ik zou er nog vrede mee hebben wanneer ik zou weten dat ze toch “gelovig” zouden zijn maar ook dat is maar “vaag” aanwezig. Ze hebben wel een sterk sociaal gevoel maar ja........ Ben ik dat zelf dan wel?
Tja........”geloven is God doen” hadden we een keer op een tekst ten afscheid staan bij een gezamenlijke dienst. Dus dat probeer ik dan maar zo goed en zo kwaad als dat gaat.

Inmiddels kom ik al een kleine dertig jaar in de Vluchtheuvel. De kerk werd en wordt bevolkt door bijzondere mensen. Velen reisden voor hun werk de halve wereld over.
Van “vliegschaamte” was nog geen sprake blijkbaar. Ik heb wel eens verzucht dat het maar een elitair zootje is.
Zelf aanvankelijk niet werkend had ik ook weleens het gevoel dat ik er totaal niet bij hoorde. Dat is echter compleet veranderd. Inmiddels weer in mijn “oude” beroep ( verpleegkundige) voel ik me helemaal senang.
Tevens veroorzaakte het feit dat ik op een gegeven moment raadslid werd dat ik het gevoel kreeg meer in de samenleving te staan.

Nog steeds huizen in de Vluchtheuvel bijzondere mensen. Het aantal is echter flink aan het slinken door verhuizing en overlijden. Samengaan met een andere gemeente is indertijd op veel weerstand gestuit. Zelf denk ik dat geloof verder gaat dan onze Vluchtheuvel ook al ga ik graag naar de vertrouwde plek. Voorlopig gaan we verder met de vertrouwde iconen.
Zo zie ik de kleine groep die over is gebleven.
Het zijn stuk voor stuk ijzersterke mensen.
Neem Tineke Maats, een steunpilaar van de pastoraatsgroep, 96 geloof ik?
Of Ludo, weliswaar lid van een andere gemeente maar hij gaat nog voor terwijl hij diep in de tachtig is. En hij hoort toch bij “ons”.

Afgelopen winter ben ik regelmatig naar de Dominicusparochie in den Haag geweest.
De kerk waar de familie Tamrayzan opgevangen werd totdat ze asiel kreeg.
De diensten op zondag zaten vaak vol, er kwamen mensen die nooit meer in de kerk kwamen maar hier iets vonden. Moeten we meer actie gaan voeren in welke vorm dan ook? Zou dat wel meer mensen trekken? Maakt dat een gemeenschap levend?

Veel is er gebeurd in de afgelopen jaren.
Ik mocht kerkenraadslid worden, heb meegeholpen met de voorbereiding van verschillende bijzondere diensten in onze domineeloze tijd ( overigens zijn we nu weer zo ver), ouderling van dienst zijn bij veel bijzonder diensten etc.
Dat mijn kinderen niet gedoopt zijn vind ik nog steeds jammer ( Mahdy wilde dat niet en ik wil niet “vechten” over geloofszaken) maar dat ik ouderling van dienst mocht zijn bij de doop van diverse andere kinderen heeft dat een beetje goed gemaakt.
Ook de overvliegdienst van Yosry en die van Samir maakten dat ik het gevoel kreeg dat ook zij door dit ritueel toch verbonden waren met de kerk.

Al met al is de Vluchtheuvel een bijzonder toevluchtsoord voor veel mensen geweest en ook voor mij. Wat de Heldringstichting ook voor vinger in de pap heeft, het is te hopen dat de nalatenschap van dominee Heldring blijft waar hij voor bedoeld was, een toevluchtsoord voor mensen. Of wij nu blijven voortbestaan of overgaan naar een andere gemeente, de herinneringen blijven aan de plaats en de gemeente waar het soms inspirerend was en soms gewoon vertrouwd maar altijd gezellig en hoopvol met hoopvolle mensen die elk op eigen wijze hun leven betekenis proberen te geven.

Willemien Seinhorst
 

 

'MIJN VLUCHTHEUVEL IS…..’  Akke Bearda  september oktober 2019

Ik ben geboren in de driehoek Franeker, Harlingen, Bolsward, op een boerderij midden tussen de weilanden. Ik ben de oudste van twee zussen en drie broers . De kerk speelde een belangrijke rol in ons leven, mijn vader was ouderling en kerkelijk heel meelevend. Hij was erg betrokken bij de kerk, maar hij was het er ook vaak niet mee eens. Hij las veel, van Van Ruler, Karl Barth, Miskotte en misschien nog wel meer. Wij konden ons nooit zo afzetten tegen kerk en geloof, dat deed mijn vader al. Na de kerkdienst moesten we over de preek discussiŽren en over wat de dominee had kunnen zeggen.

Toen ik 17 was verhuisden we naar de Noord Oost Polder. Wij waren de tweede bewoners, geen pioniers. Maar het was voor ons een hele vooruitgang, een modern huis met alle gemakken en aan een geasfalteerde weg zonder hekken en de buren vlakbij. In de polder kwamen de mensen overal vandaan, ook uit de Betuwe. In Tollebeek waar we toen bij hoorden was het kerkelijk klimaat wat zwaarder dan we gewend waren. Voor mijn vader was dat niet altijd makkelijk, maar hij werd toch weer ouderling en ik kwam in de jeugdraad van de kerk. We moesten zorgen voor jeugddiensten en de Kerstdienst. Toen ik klaar was met de kleuterkweek, kreeg ik werk op Urk, dat was niet altijd makkelijk. Veel kinderen, grote klassen, soms wel 42!

In die tijd ontmoette ik Jan. Toen we net verkering hadden moest Jan in dienst en schopte het tot Luitenant. Daarna solliciteren en dat werd een Agrarische school in Winterswijk. Daar kregen we twee zonen, Jelte en Rients, ze werden allebei gedoopt in de Jacobskerk. Toen Jelte gedoopt werd was het autoloze zondag. Onze familie moest al ‘s zaterdags komen en logeren, zelfs bij buren. Na 5 jaar vertrokken we naar Oss waar Jan adjunct werd van een Agrarische school. De jongste zoon Jaap, werd daar geboren. We woonden nog niet zo lang in Oss , toen Jan een baan in Drachten kreeg. Wij blij, weer wat dichterbij de familie. Daarna werd Jan gevraagd als directeur voor de Landbouw Praktijkschool in Schoondijke, helemaal in Zeeuws-Vlaanderen. daar was ik niet zo blij mee, zo ver weg van de familie. Ik werd er ouderling in de NH kerk. De jongens wenden snel, al zeiden de kinderen tegen hen: “Jullie proaten vreemd, jullie proaten van de televisie.” Vanwege een fusie moest er weer verhuisd worden. Ons huis in Zetten zou tegen Kerst klaar zijn. Voor de zomervakantie gebeurde wat je hoopt dat je nooit zult meemaken, onze middelste zoon Rients kreeg een brommerongeluk en overleed na 9 dagen in Brugge. We kregen veel steun van de kerk en de mensen in Schoondijke.

Met twee kinderen kwamen we daarna in Zetten wonen, een heel moeilijke start. Om ons kerkelijk thuis te voelen in Zetten, was het even zoeken. Via burgemeester Van Vliet kwamen we bij de Vluchtheuvel terecht en voelden ons daar wel thuis. We deden mee aan groothuisbezoeken en waren ook wel gastgezin. Ik ging invallen op scholen in de omgeving. Net toen we ons leven weer op de rit hadden werd Jan ziek en overleed na anderhalf jaar. Dat was een nieuwe klap. Ook nu kregen we steun van de kerk, iedereen leefde erg mee. Maar dat is nu alweer 19 jaar geleden. Ik heb er nu 2 lieve schoondochters en 4 kleinkinderen bij en daar geniet ik erg van.

De Vluchtheuvel is voor mij belangrijk, want ik vind samen vieren heel mooi en rituelen in de kerk zijn belangrijk, vooral bij blijde of verdrietige gebeurtenissen. Dan heb je dat nodig als troost, om je dankbaarheid of blijdschap te tonen. En ook het koffiedrinken daarna voor de sociale contacten. Ook de diensten met Kerst en Pasen met bijzondere rituelen vind ik mooi en de diensten met verschillende gastsprekers. Ik voel me nog steeds thuis in de Vluchtheuvel, al wordt de groep wel wat klein.

Akke Bešrda-van Wijngaarden